
Over mij
“Alle goede gave, en alle volmaakte gift is van boven, van den Vader der lichten afkomende,(…)” (Bijbel, Jakobus 1:17)
En wat is God goed dat Hij ons de gave van het creëren geeft! Jaren heb ik mijn beeldende bezigheden verwaarloosd. Toch bleef het kriebelen. Niet alleen omdat ik toentertijd voor de klas stond en 12 tot 17 jarigen les gaf in de beeldende vakken, maar omdat ik het toch wel miste. Lange tijd hield ik mijzelf voor dat het aan het gebrek van tijd of materiaal en vaardigheden lag. Maar ten diepste had ik allerlei andere drempels. Hoe kon ik weer met plezier tekenen of schilderen, zoals ik dat als kind kon? Wat hinderde mij?
Intussen werkte ik aan de illustraties voor het christelijke vrouwenmagazine MUS. Dat prikkelde me enorm, maar tegelijkertijd ging het nog lang niet vanzelf. Ons groeiende gezin was daar niet écht de oorzaak van. Een cursus bij Sabine Wisman heeft een deur op een kier gezet. En sindsdien ben ik eigenlijk niet meer gestopt. Het plezier in het creëren had ik weer gevonden! En tegelijkertijd merkte ik wat een zegen het geeft om beeldend bezig te zijn. Je krijgt niet alleen steeds meer oog voor alle schoonheid om je heen, het geeft verwondering, het schenkt levensvreugde. Het veranderd zelfs mijn persoonlijke beeld van onze Schepper, mijn Vader in de hemel.
Het lukt me nog niet helemaal om er goed woorden aan te geven, maar de beelden spreken mee. Ook zijn nog niet alle drempels overwonnen. Het hindert niet. Ook dát laat iets zien van de gebrokenheid in de wereld waarin we leven.
Het werk wat ik maak lijkt soms nog niet helemaal af. Als een schets, een momentopname. Ik heb eerlijk gezegd ook niet het geduld voor een perfect afgewerkt beeld, maar het past ook niet bij mij en bij mijn visie op het leven. Het is een beeldend proces zoals het leven een proces is. Altijd aan het door-ontwikkelen. Met ups en met downs. Met grote of kleine bewegingen.
Soms kan ik verwonderd en dankbaar terugkijken op wat ik maakte. Het is een lofzang op onze Schepper in kleuren en lijnen. Onvolmaakt, maar een dienen van Hem met hoofd, hart én handen.
